Trachycarpus sp. Kumaon

Vanaf het moment dat Martin Gibbons in 1990 naar India ging om de Trachycarpus takil te herontdekken, is deze palm een belangrijk onderwerp van discussie geweest, en niet altijd om de juiste redenen.

De herontdekking van de Trachycarpus takil is zowel in de International Palm Society- als European Palm Society lectuur goed gedocumenteerd, en menig palmenthousiast heeft met plezier het verslag van Martin Gibbons gelezen over hoe hij terugging om de palm opnieuw te ontdekken.

Nadien was helaas al het zaad dat door de verschillende Indiase handelaars uit Khumoan werd aangeboden, afkomstig van volwassen Trachycarpus in Naina Tal, een oud koloniaal bergstadje in de omgeving. Deze Trachycarpus waren erg groot en door de plaats waar ze vandaan kwamen nam men ten onrechte aan dat het om de Trachycarpus takil ging. Deze boom, die veel nauwer verwand is aan de Trachycarpus fortunei, heeft voor veel verwarring gezorgd en is vanwege zijn unieke eigenschappen op zichzelf een artikel waard.

Na 17 jaar zijn er nog steeds geen redelijke foto's beschikbaar, waarmee het bestaan van de Trachycarpus takil in het wild kan worden aangetoond. Na verschillende jaren te hebben gezocht, hebben we eindelijk iemand bereid gevonden om af te reizen naar een aantal locaties die door ene majoor Madden in 1847 werden beschreven. Majoor Madden was een kolonel in het leger die geinteresseerd was in plantkunde en schreef over de Trachycarpus populaties die zich tussen 2000 en 3000 meter hoogte in het Khumoan gebied bevonden, toen hij daar was gestationeerd.

De foto's die zich op deze website bevinden zijn op de exacte locaties genomen die majoor Madden zo'n 160 jaar geleden heeft beschreven. Het is duidelijk te zien aan de ondiepe verdelingen op het blad en het gebrek aan stamvezels dat dit de echte Trachycarpus takil is, zoals deze is beschreven en geclassificeerd door Beccari in 1905, en overeenkomt met de Trachycarpus takil die in het botanische tuin van Rome groeide. De vezels en de vorm van het blad tonen veel meer overeenkomsten met de Trachycarpus princeps, manipur en oreophilus, dan met de fortunei. Deze palm groeit erg dicht bij de eeuwige sneeuwlijn en de plaatselijke bewoners hebben bevestigd dat ze in de winter op de hoger gelegen plaatsen, verschillende maanden van sneeuw meemaken. Het belooft dus een van de meest winterharde palmen te zijn die er bestaan.

Het vreemde is dat het erop lijkt dat er maar weinig zaad wordt afgezet, en of dit nu komt omdat het door dieren of insekten wordt opgegeten, er op geen van de uitgebreide series foto's palmen te zien zijn die goed ontwikkelde zaden dragen. Een uitzondering hierop vormt een palm die over een steile rotswand leunt, wat er toch wijst dat dieren de oorzaak zijn.

We hebben niet het voordeel gehad dat we er zelf zijn geweest, en kunnen dus alleen foto's publiceren die ter plekke zijn genomen, maar het goede nieuws is dat Martin Gibbons en Toby Spanner het gebied na 2 jaar opnieuw hebben bezocht, en een definitief en gedetailleerd rapport uit zullen geven om alle geruchten de wereld uit te helpen.





Trachycarpus sp. Kumaon

Trachycarpus sp. Kumaon

Trachycarpus sp. Kumaon

Trachycarpus sp. Kumaon

Trachycarpus sp. Kumaon

Trachycarpus sp. Kumaon

Trachycarpus sp. Kumaon

Trachycarpus sp. Kumaon

Trachycarpus sp. Kumaon

Trachycarpus sp. Kumaon

Trachycarpus sp. Kumaon

Trachycarpus sp. Kumaon

Trachycarpus sp. Kumaon

Trachycarpus sp. Kumaon

Trachycarpus sp. Kumaon